Paleizen



Deze pagina gaat over de Paleizen van ons Koningshuis.




Paleis Noordeinde



Van hofstede tot paleis 1533- 1675


Het oudste gedeelte van het paleis dateert van voor 1533. In dat jaar laat de rentmeester van de Staten van Holland, Willem Goudt, een middeleeuwse
hofstede verbouwen tot een groot woonhuis. De kelders van deze hofstede maken nog steeds onderdeel uit van het souterrain van het paleis.

Van 1566 tot 1591 heeft het paleis een andere eigenaar. Daarna wordt het door de Staten van Holland gehuurd en in 1595 gekocht.
Het woonhuis wordt ter beschikking gesteld aan de weduwe van Prins Willem van Oranje, Louise de Coligny en haar zoon Frederik Hendrik.
Als dank voor de door Willem van Oranje bewezen diensten, schenken de Staten het gebouw in 1609 aan zijn familie.

Prins Frederik Hendrik breidt het woonhuis, dat het Oude Hof wordt genoemd, fors uit. Hij koopt diverse stukken grond rond het pand aan.
Bij de verbouwing zijn onder andere Jacob van Campen en Pieter Post betrokken. Zij waren ook verantwoordelijk voor de bouw van Paleis Huis ten Bosch in 1645.
De Prins laat het hoofdgebouw verlengen en aan weerszijden vleugels aanbouwen. Zo ontstaat de karakteristieke H-vorm van het paleis die het nu nog
steeds heeft.

Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 wordt het Oude Hof regelmatig bewoond door zijn weduwe, Prinses Amalia, Gravin van Solms-Braunfels.
Als zij in 1675 overlijdt, wordt nog maar weinig gebruik gemaakt van het Paleis. Na het overlijden van Koning-Stadhouder Willem III in 1702
wordt het Paleis geërfd door de Pruisische Koning Frederik Willem, een kleinzoon van Frederik Hendrik.

In 1754 verkoopt Koning Frederik de Grote van Pruisen zijn bezittingen in de Nederlanden aan Prins Willem V.

De Franse Tijd 1795-1813


De zoon van stadhouder Willem V, erfprins Willem (de latere Koning Willem I), gaat in 1792 op het paleis wonen.
Maar als in 1795 de Fransen het land binnen vallen, is het stadhouderlijk gezin gedwongen uit te wijken naar Engeland.
Het Oude Hof wordt eigendom van de Bataafse Republiek. Zo wordt het Oude Hof nationaal bezit. Dat is het tot op de dag van vandaag.

Een Koninklijk Paleis


Na de val van Koning Lodewijk Napoleon keert erfprins Willem in 1813 terug uit Engeland. In de Nederlanden wordt hij uitgeroepen tot soeverein vorst.
In de Grondwet wordt vastgelegd dat aan de Koning een zomer- en een winterverblijf ter beschikking moeten worden gesteld door de Staat. Eerst wordt
overwogen een nieuw winterpaleis te laten bouwen. Maar uiteindelijk wordt besloten tot een grondige verbouwing van het Oude Hof, zoals Paleis Noordeinde
dan nog wordt genoemd.

In 1817 wordt Paleis Noordeinde in gebruik genomen door Koning Willem I. Tot zijn troonsafstand in 1840 woont hij op het paleis.
Zijn opvolger, Koning Willem II, maakt geen gebruik van het paleis.

Koning Willem III gebruikt Paleis Noordeinde net als zijn grootvader als winterpaleis. Hij heeft wel een voorkeur voor zijn zomerpaleis Het Loo in Apeldoorn.
In 1876 geeft hij opdracht tot de bouw van de Koninklijke Stallen in de Paleistuin. Ook na het huwelijk van Koning Willem III met Koningin Emma blijft
het paleis als winterpaleis in gebruik. Hun dochter, Koningin Wilhelmina, wordt in 1880 op Noordeinde geboren. Na het overlijden van Koning Willem III
in 1890 blijven Koningin Emma en haar dochter Noordeinde als winterresidentie gebruiken. In 1895 geeft Koningin-Regentes Emma de opdracht tot de bouw
van het Koninklijk Huisarchief in de tuin van het paleis.

Paleis Noordeinde in de 20e eeuw


In 1901, als Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik trouwen, verhuist Koningin-Moeder Emma naar Paleis Lange Voorhout. Koningin Wilhelmina en
Prins Hendrik gebruiken Paleis Noordeinde als hun winterverblijf. Na de Tweede Wereldoorlog keert Koningin Wilhelmina er korte tijd in terug
tot haar abdicatie.

In mei 1948 wordt het middengedeelte van het paleis door brand verwoest. In dat jaar wordt Juliana Koningin. Zij en Prins Bernhard geven de voorkeur
aan Paleis Soestdijk als officiële residentie. Wel blijft een gedeelte van de hofhouding haar werkruimtes in Noordeinde houden. Tussen 1952 en 1976 is
in de noordelijke vleugel van het paleis het Institute of Social Studies gevestigd.

Koningin Beatrix nam het paleis na een grondige restauratie in 1984 weer intensief in gebruik als werkpaleis.

Prinses Juliana en Prins Bernhard en Prins Constantijn en Prinses Laurentien trouwden vanuit dit paleis. Na hun overlijden lagen hier
Koningin Juliana (2004) en de Prinsen Hendrik (1934), Claus (2002) en Bernhard (2004) opgebaard.

Paleis Noordeinde in Den Haag is het werkpaleis van de Koning. Het Rijk stelt het paleis bij wet aan het staatshoofd ter beschikking.
Tot het paleis behoren ook de Koninklijke Stallen. In de paleistuin bevindt zich het Koninklijk Huisarchief, dat eigendom is van de
Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau.


Paleis Huis ten Bosch



Foto: RVD/Freek van den Bergh


Foto: RVD/Freek van den Bergh

De huismeester hijst de Koninklijke standaard op het dak van Paleis Huis ten Bosch.
Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en hun dochters wonen vanaf nu in het paleis.

Zomerresidentie en mausoleum 1645 -1652


In 1645 werd begonnen met de bouw van Paleis Huis ten Bosch. Het moest de zomerresidentie worden van stadhouder Prins Frederik Hendrik en zijn vrouw,
Prinses Amalia. Paleis Huis ten Bosch begon zijn geschiedenis als Sael van Oranje. De Sael van Oranje was toen deze gebouwd werd, bedoeld als
zomerresidentie voor stadhouder Prins Frederik Hendrik van Oranje en zijn vrouw, Prinses Amalia, Gravin van Solms. Het initiatief voor de bouw
lag met name bij de Prinses.

Op 2 september 1645 werd de eerste steen gelegd door de vroegere Koningin van Bohemen, Elisabeth. Het ontwerp van het paleis is van architect Pieter Post.
Hij was ook betrokken bij de bouw van onder andere het Mauritshuis, de vergaderzaal van de Staten van Holland (tegenwoordig vergaderzaal van de Eerste Kamer)
en het Oude Hof (het tegenwoordige Paleis Noordeinde).

Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 veranderde de Prinses-weduwe de bestemming van het paleis van zomerresidentie in mausoleum ter nagedachtenis
aan haar man. Onder leiding van de schilder Jacob van Campen werd de centrale zaal van de residentie, de Oranjezaal, volledig gewijd aan het leven
en werk van de Prins. Het grootste en meest opvallende doek in deze zaal, Frederik Hendrik als Triomfator, is van de hand van Jacob Jordaens en werd
in 1652 voltooid. Frederik Hendrik staat daarop afgebeeld op zijn zegewagen, als vredestichter van de Tachtigjarige oorlog.

Bewoners 1675 - 1795


In deze periode heeft het paleis vier verschillende eigenaren. Onder de laatste, Prins Willem IV, werd het paleis grondig verbouwd.

Prinses Amalia overleed in 1675. Het paleis kwam hierop in gemeenschappelijk bezit van haar dochters. Het gebruik van het paleis ging over
in de handen van Albertine Agnes. Zij was de enige dochter van Prinses Amalia die als vrouw van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau,
ook in de Republiek woonde.

Prinses Albertine Agnes verkocht dit vruchtgebruik in 1686 aan de kleinzoon van Frederik Hendrik, Prins Willem III. Deze Prins gebruikte het paleis
als zomerresidentie in de buurt van het regeringscentrum. Hij bracht enkele wijzigingen aan in het meubilair en in de tuin.

Na het kinderloos overlijden van Willem III (de Koning-stadhouder) in 1702 erfde de Pruisische koning, een kleinzoon van Frederik Hendrik, het paleis.
In 1732 gaf zijn zoon het weer terug aan het Huis Oranje-Nassau, vertegenwoordigd door Prins Willem IV.

Deze begon toen aan een grootscheepse verbouwing van het paleis. Onder leiding van de architect Daniel Marot werd het gebouw uitgebreid met een
linker- en rechtervleugel. Het aldus vergrote paleis was vanaf dat moment vaak verblijfplaats van de laatste twee stadhouders, Willem IV en Willem V.

Franse tijd 1795 -1813


Onder de Franse overheersing werd het paleis nationaal bezit. Koning Lodewijk Napoleon verandert ook het interieur van het paleis.
Hiermee is de introductie van de zogenaamde Empire-stijl in Nederland een feit.

Na de Franse inval in 1795 werden alle stadhouderlijke verblijven als oorlogsbuit in beslag genomen. Huis ten Bosch werd door de Fransen
geschonken aan het 'Bataafse volk'. Het meubilair en de kunstvoorwerpen werden grotendeels verkocht en het paleis werd nationaal bezit.
Dat is het tot op de dag van vandaag gebleven.

Na een staatsgreep in 1798 werd een aantal leden van de Nationale Vergadering geïnterneerd in het paleis. De oostelijke vleugel werd verhuurd.
Vervolgens deed het gebouw een tijdlang dienst als museum, totdat in 1805 de door Napoleon aangestelde raadspensionaris Rutger-Jan Schimmelpenninck
er zijn intrek nam.

Vijftien maanden later ging Lodewijk Napoleon er wonen, die door Napoleon tot Koning van Holland uitgeroepen was. In 1807 verhuisde deze naar Utrecht.
Daar woonde hij totdat hij in 1808 verhuisde naar het tot paleis verbouwde raadhuis op de Dam in Amsterdam.

Lodewijk Napoleon had veel invloed op het interieur en exterieur van het paleis, ondanks dat hij er kort woonde. De uitbreidingen en verfraaiingen
die hij invoerde, betekenden de introductie van de Empire-stijl in Nederland. Veel van zijn Empire-meubelen zijn nog steeds op Huis ten Bosch te vinden.

Koninklijk zomerverblijf 1815 -1940


Vanaf de uitroeping van Willem I tot Koning der Nederlanden in 1815 is Paleis Huis ten Bosch regelmatig door de leden van het Koninklijk Huis bewoond.
Koning Willem I maakte gebruik van het paleis. Later werd het in de zomermaanden bewoond door Koningin Sophie, de eerste vrouw van Koning Willem III.
Koningin Wilhelmina verruilde haar zomerresidentie Het Loo bij Apeldoorn voor Huis ten Bosch tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze woonde er ook even
in de dagen voordat ze met Prinses Juliana en haar gezin naar Engeland moest uitwijken als gevolg van de Duitse inval in mei 1940.

Tweede Wereldoorlog 1940 -1945


Huis ten Bosch had tijdens de Tweede Wereldoorlog ernstig te lijden. Een plan van de Duitse bezetter om het gebouw af te breken teneinde
een tankgracht te kunnen graven ging, dankzij inspanningen van de intendant van het paleis, niet door. Na de bevrijding bleek Huis ten Bosch
onbewoonbaar te zijn. De kunstschatten waren wel op tijd in veiligheid gebracht, maar muren, zolderingen en vloeren waren beschadigd door kogels,
granaat- en bomscherven.

Koninklijke residentie


Tussen 1950 en 1981 werd het paleis twee keer gerestaureerd. Op 10 augustus 1981 gingen Koningin Beatrix en Prins Claus met hun kinderen in het paleis wonen.
Prinses Beatrix heeft op 4 februari 2014 officieel haar intrek genomen in Kasteel Drakensteyn te Lage Vuursche in de gemeente Baarn.
Na het vertrek Prinses Beatrix der Nederlanden is het paleis, een rijksmonument uit de zeventiende eeuw, enkele jaren niet in gebruik
geweest vanwege renovatie door het Rijksvastgoedbedrijf.

Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en hun dochters hebben op 13 januari 2019 officieel hun intrek genomen in Paleis Huis ten Bosch in Den Haag.
Na de verhuizing van het Koninklijk gezin vinden nog enkele afrondende werkzaamheden plaats. De verwachting is dat deze in het voorjaar klaar zijn.
Op 14 januari 2019 hebben Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima zich in geschreven bij gemeente Den Haag.
Samen met hun dochters zijn ze nu officieel inwoners van Den Haag.


Foto: RVD/Freek van den Bergh

De huismeester hijst de Koninklijke standaard op het dak van Paleis Huis ten Bosch.
Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en hun dochters wonen vanaf nu in het paleis.


Foto: RVD/Freek van den Bergh


Paleis op de Dam, Koninklijk Paleis Amsterdam



1648: Een nieuw stadhuis


Oorspronkelijk was het Koninklijk Paleis Amsterdam ontworpen als stadhuis voor de hele bestuurlijke en rechterlijke macht.
De beroemde bouwmeester Jacob van Campen kreeg de opdracht in 1648 van de burgemeester en schepenen van Amsterdam.
Dezelfde Van Campen was ook betrokken bij de bouw van Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag.

Voor de afwerking van het stadhuis werden bekende beeldhouwers naar Amsterdam gehaald. Ook vooraanstaande schilders leverden hun bijdrage aan het interieur.
Centraal bij de inrichting stond de symbolisering van de macht van Amsterdam en van de Republiek in het algemeen.

1808: Stadhuis wordt Paleis


Gedurende anderhalve eeuw werd het stadhuis als zodanig gebruikt. Het gebouw werd voor het eerst als paleis gebruikt gedurende enkele dagen in 1768.
Reden is de feestelijke ontvangst van stadhouder Willem V en zijn vrouw, Prinses Wilhelmina van Pruisen, in de hoofdstad.

In 1806 werd Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon, Koning van Holland. Lodewijk Napoleon koos aanvankelijk Den Haag als residentie.
In 1807 echter besloot hij om de residentie naar het economische centrum Amsterdam te verplaatsen. In 1808 nam de Koning het stadhuis op de Dam in
gebruik als Koninklijk Paleis.

De herinrichting van het gebouw in Empirestijl vond plaats onder leiding van de architect J.T. Thibault. Het Koninklijk museum, de voorloper
van het Rijksmuseum in Amsterdam, wordt ook in het Paleis ondergebracht.

Op 2 juli 1810 deed Lodewijk Napoleon afstand van de troon en werd Nederland ingelijfd bij Frankrijk.
De Franse landvoogd, Charles François Lebrun, kreeg van de Franse keizer toestemming het Paleis te gebruiken als woning.

Koning Willem I


Na de val van Napoleon in 1813 gaf Prins Willem van Oranje, de latere Koning Willem I, het paleis in eerste instantie terug aan Amsterdam.
Na zijn inhuldiging zag Willem I echter het belang in van een verblijfplaats in de hoofdstad. Het gemeentebestuur van Amsterdam stelde het
voormalige stadhuis op zijn verzoek opnieuw ter beschikking aan de Koning. Het duurde echter tot 1936 voordat het paleis officieel rijkseigendom werd.

Huidige gebruik


Het paleis heeft vandaag de dag hoofdzakelijk een representatieve functie. Het grootste deel van het jaar is het paleis open voor publiek
en worden er tentoonstellingen georganiseerd.

Het wordt onder meer gebruikt tijdens staatsbezoeken, Nieuwjaarsontvangsten en voor andere officiële ontvangsten. Ook vinden er jaarlijks de uitreiking
van de Erasmusprijs, de Zilveren Anjer, de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst en de Prins Claus Prijs plaats.

Op de momenten dat de leden van het Koninklijk Huis geen gebruik maken van het paleis, wordt het gebouw door de Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam
opengesteld voor het publiek. In de zomermaanden vindt er traditiegetrouw een tentoonstelling plaats over een historisch of kunsthistorisch aspect van
het gebouw. Na de jaarlijkse uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in oktober zijn de geselecteerde kunstwerken voor het publiek
te bezichtigen.

Tussen 2005 en 2009 is het paleis van binnen opnieuw gerestaureerd en was daardoor gesloten voor het publiek. Bij de restauratie is asbest verwijderd
en zijn technische installaties vervangen. Ook de gastenverblijven zijn gemoderniseerd en opgeknapt. Van 2009 tot 2012 vond een renovatie van de
buitenzijde plaats. Daarbij is onder andere de gevel gereinigd, waardoor het paleis zijn originele witte kleur weer terug heeft gekregen.

De Eikenhorst



Foto: RVD/Albert Nieboer

De Eikenhorst


De Eikenhorst ligt op de Koninklijke Landgoederen de Horsten in Wassenaar. De Eikenhorst is tussen 1985 en 1987 gebouwd in opdracht van Prinses Christina,
de jongste zus van de toenmalige Koningin Beatrix. De architect van de Eikenhorst is ir. J. Baron van Asbeck.
Hij is ook verantwoordelijk voor de restauratie van Paleis Het Loo. Inspiratie voor de Eikenhorst was een gelijknamige 17e eeuwse
boerderij die ooit in de buurt van de huidige villa stond. Het gezin van Prinses Christina woont tot 1996 in de Eikenhorst.

Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en hun drie dochters woonden van het voorjaar van 2003 tot begin 2019 in de Eikenhorst.

De Horsten


In 1838 kocht Prins Frederik, tweede zoon van Koning Willem I, twee van de drie horsten (verhoogde strandwallen) waaruit het landgoed bestond:
Raephorst en Ter Horst. In 1845 voegde hij daar de derde horst, Eikenhorst, bij. Prins Frederik koos Huize de Paauw op landgoed Raephorst als
zijn zomerverblijf. Huize de Paauw is sinds 1925 het raadhuis van Wassenaar.

Toen Prins Frederik in 1881 overleed, erfde zijn dochter Prinses Marie von Wied De Horsten. In 1903 verkocht zij de Horsten aan Koningin Wilhelmina.
De Koningin hield erg van deze groene omgeving en ging er regelmatig schilderen. Na het overlijden van Wilhelmina in 1962 erfde Koningin Juliana het landgoed.
Prinses Beatrix erfde de Horsten na het overlijden van Prinses Juliana. Zij schonk de eigendom van het landgoed op haar beurt in 2017 aan haar zoon,
Koning Willem-Alexander.

De Tuinen


Prins Frederik nam het landgoed na aankoop in 1838 grondig onder handen. Hij huurde de tuinarchitecten Zocher (verantwoordelijk voor het ontwerp
van het Amsterdamse Vondelpark) en Petzold in. Zij legden de Horsten aan in Engelse landschapsstijl, die op dat moment erg populair was.

Huis het Loo



Foto: RVD/Anko Stoffels

Huis Het Loo in Apeldoorn is de woning van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven.
Het huis staat naast Paleis Het Loo in Apeldoorn en is privébezit van de Prinses en de heer Van Vollenhoven.
Omdat het privébezit is van Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven zijn er geen foto's van Huis het Loo.

De Woning


Huis Het Loo is begin jaren '70 gebouwd onder leiding van de Amsterdamse architect M. Evelein. In 1975 hebben Prinses Margriet
en prof.mr. Pieter van Vollenhoven er hun intrek genomen. Het huis bestaat uit drie delen: een privégedeelte, een officieel gedeelte
en een kantoorgedeelte waarvan de nieuwbouw in 2010 is opgeleverd. Deze zijn onderling verbonden. Het arboretum (bomentuin) waar
Huis Het Loo op uitkijkt, is aangelegd in opdracht van Koning Willem III (1817-1890).


Paleis Het Loo




Paleis Het Loo is ontworpen door Jacob Roman.
Stadhouder Willem III kocht in 1684 het middeleeuwse kasteel Het Oude Loo, om ernaast een nieuw jachtverblijf te bouwen.
Het jachtverblijf werd vooral gebruikt als buitenverblijf voor de vrouw van Willem III, Mary II Stuart. Nadat Willem III Koning van
Engeland was geworden, breidde hij het paleis in 1692 en 1693 uit, waarbij de gebouwde zuilenrijen plaatsmaken voor paviljoens.
De zuilenrijen kwamen in de nieuw ontworpen tuin te staan. Het interieur is grotendeels ontworpen door Daniel Marot.

19e en 20e eeuw


In 1807 liet Lodewijk Napoleon het paleis veranderen in Empire-stijl, maar hield daarbij de stijl van Marot in ere.
Koning Willem I liet tijdens zijn koningschap de tuinen aanpassen in Engelse landschapsstijl. Koning Willem III liet enkele zalen aanbouwen.
Koningin-regentes Emma moderniseerde het paleis door onder andere elektriciteit aan te leggen. Koningin Wilhelmina nam het initiatief het paleis
deels in 17e-eeuwse staat terug te brengen. In 1911 gaf de regering opdracht een extra verdieping aan het gebouw toe te voegen en er een grote
eetzaal bij te bouwen. Hierna zag Koningin Wilhelmina van verdere restauratie af. Zij gebruikte het paleis als haar zomerpaleis en betrok na haar
troonsafstand een appartement in het westelijke buitenpaviljoen. Na haar overlijden in 1962 werd zij opgebaard in de paleiskapel van het Loo.

Prinses Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven waren de laatste bewoners van het paleis.
Zij woonden in de Oostvleugel. In 1975 besloot Koningin Juliana dat het paleis een museumbestemming
zou krijgen. In 1984 werd het paleis opengesteld voor publiek, na een ingrijpende restauratie
en reconstructie van de tuin, volgens het ontwerp uit de 17e eeuw.

Huidig gebruik


In 1971 werd besloten dat Paleis Het Loo een museum zou worden.
In het museum is te zien hoe leden van het Koninklijk Huis in het paleis leefden.
In de stallen is een grote collectie rijtuigen uit het bezit van het Koninklijk Staldepartement te zien.
In een zijvleugel van het paleis zit het Museum van de Kanselarij van de Nederlandse Orden waar
een collectie binnenlandse en buitenlandse ordetekenen en onderscheidingen is te zien.

Er worden regelmatig wisselende tentoonstellingen in het museum gehouden.
De toenmalige Koningin Beatrix vierde op het paleis in 1998 haar zestigste verjaardag.
Prins Maurits en Prinses Marilène trouwden er voor de burgerlijke stand.
Ook is een aantal leden van de jongste generatie van de Koninklijke Familie in de paleiskapel gedoopt.

Het museum trekt circa 400.000 bezoekers per jaar. Regelmatig worden in het museum tentoonstellingen
georganiseerd, onder andere met stukken uit de collectie van het Koninklijk Huisarchief.
Bovendien is ook een groot gedeelte van de vaste opstelling uit de Stichting Historische Verzamelingen
van het Koninklijk Huis afkomstig.

Vanwege de vernieuwing en verbouwing is het Nationaal museum Paleis het Loo tot medio 2021 gesloten.
De tuinen en stallen zijn van april tot en met september toegankelijk voor publiek.


Jachtslot Het Oude Loo






Jachtslot Het Oude Loo is een jachtslot op het Kroondomein Het Loo in Apeldoorn. Het Oude Loo wordt gebruikt door de
Koninklijke Familie als buiten- en logeerverblijf.

Het Oude Loo is een rijksmonument en is sinds 1968 eigendom van de Nederlandse Staat. De Koning huurt Het Oude Loo van de Nederlandse Staat.

Geschiedenis Het Oude Loo


Het Oude Loo wordt voor het eerst genoemd in 1439, als bezitting van Udo Talholt. Stadhouder Willem III kocht het jachtslot in 1684
van Johan van Ulft, om op het terrein een nieuw paleis, Paleis Het Loo, te bouwen.

In de Franse tijd werd het slot nationaal bezit en werden er Franse soldaten ondergebracht. Toen Lodewijk Napoleon Koning van Nederland werd,
dempte hij de gracht rond het Oude Loo. Als kind was hem voorspeld dat hij zou verdrinken, dus deed hij alles om de kans te verkleinen.

Na de Franse tijd was Koning Willem III vaak op Het Oude Loo. Koningin Wilhelmina liet het kasteel door dr. J.P.H. Cuypers in 1904 restaureren.
De gedempte gracht liet zij weer openen. In 1968 kreeg C.W. Royaards een opdracht tot restauratie, waarbij hij veel werk van Cuypers ongedaan maakte.
Ir. J.B. baron van Asbeck voltooide na het overlijden van Royaards de restauratie van zowel Het Oude Loo als Paleis Het Loo.




Paleis Soestdijk




Rond 1650 liet Jacob de Graeff, burgemeester van Amsterdam, een buitenverblijf bouwen: Hofstede aen Zoestdijck. Stadhouder Willem III kocht het
buitenverblijf in 1674 en liet het tot 1678 verbouwen tot jachtslot. Dit slot werd tot de komst van Het Oude Loo veel gebruikt. Het jachtslot
werd ontworpen door Maurits Post, de zoon van Pieter Post.

18e eeuw


In 1702 overleed Willem III kinderloos, waarna het jachtslot in handen van Stadhouder Johan Willem Friso kwam. Na het overlijden van
Johan Willem Friso in 1711 woonden zijn vrouw, Prinses Maria Louise, en hun zoon, Prins Willem IV, regelmatig op Soestdijk. Ze gebruikten
het voornamelijk als zomerresidentie.

Toen Prins Willem IV in 1751 overleed, bleven zijn vrouw, Prinses Anna, en zijn zoon, Prins Willem V, Paleis Soestdijk gebruiken als zomerresidentie.
Dankzij aankopen van Prinses Anna werd het landgoed rondom Soestdijk belangrijk uitgebreid. Aan het paleis zelf werd niet veel verbouwd, afgezien van
het feit dat de Prinses het gebouw opnieuw meubileerde. Ook na het overlijden van Prinses Anna bleef Prins Willem V Soestdijk gebruiken als zomerresidentie.

Na de Franse inval in 1795 werden alle stadhouderlijke verblijven als oorlogsbuit in beslag genomen. Paleis Soestdijk en de omliggende terreinen werden
tot staatsdomein verklaard. Pas in 1799 kreeg het paleis een nieuwe bestemming. Het meubilair werd verkocht en in het pand werd een logement gevestigd,
met name gebruikt door Franse soldaten.

19e eeuw


In 1806 nam Koning Lodewijk Napoleon het paleis in bezit, breidde het uit en liet het in Empire-stijl inrichten. Hij gebruikte het paleis niet
veelvuldig en na zijn abdicatie in 1810 was het enkele jaren onbewoond. In 1815 kreeg de Prins van Oranje, later Koning Willem II, Paleis Soestdijk
als nationaal geschenk aangeboden, vanwege zijn verdiensten bij de Slag bij Waterloo. Het paleis werd uitgebreid met een 'Soester' en 'Baarnse' vleugel.

Koning Willem II en zijn vrouw Anna Paulowna gebruikten het Paleis vanaf 1818 als zomerverblijf. Na het overlijden van Willem II in 1849 en Anna Paulowna
in 1865 bewoonde Prins Hendrik de Zeevaarder, de jongere broer van Koning Willem III, het paleis. Toen hij in 1879 overleed, werd het paleis eigendom van
Koning Willem III, die echter de voorkeur bleef geven aan Paleis Het Loo als zomerresidentie.

20e eeuw


Pas na de inhuldiging van Koningin Wilhelmina werd Paleis Soestdijk weer regelmatig gebruikt. Haar moeder, Koningin Emma, gebruikte het paleis
als zomerresidentie tot aan haar overlijden in 1934. Na haar dood werd het paleis grondig gerenoveerd zodat Prinses Juliana en Prins Bernhard er
na hun huwelijk in 1937 in konden trekken. Paleis Soestdijk was vanaf 1948 de officiële residentie van Koningin Juliana. Zij verrichtte daar een
deel van haar werkzaamheden, zoals haar wekelijkse ontmoeting met de minister-president.

In 1971 verkocht Koningin Juliana het paleis aan de Staat der Nederlanden. Het paleis bleef ter beschikking staan aan haar en Prins Bernhard.
Na haar troonsafstand in 1980 bleef het nu Prinselijk paar er wonen. Prinses Juliana overleed er op 20 maart 2004, Prins Bernhard woonde
er tot zijn overlijden op 1 december 2004.

Open voor publiek


Nadat in 2004 het paleis zijn functie als woon- en werkpaleis voor de Oranjes verloor, heeft het Rijksvastgoedbedrijf het
paleis en de tuin opengesteld voor publiek en is ervaring opgedaan met een veelheid aan activiteiten.

Paleis Soestdijk overgedragen aan nieuwe eigenaar


Sinds 20 december 2017 heeft Paleis Soestdijk een nieuwe eigenaar. Staatssecretaris Knops (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
ondertekende de officiële overdracht, samen met directeur-grootaandeelhouder Meijer (MeyerBergman Erfgoed Groep) die het paleis en het
bijbehorende landgoed heeft gekocht.

De nieuwe eigenaar gaat Soestdijk onder het motto ‘Made by Holland’ ontwikkelen tot een platform voor innovatie en een podium voor
excellente prestaties van ondernemend Nederland. Ook rondleidingen, evenementen, culturele activiteiten en zakelijke bijeenkomsten
maken onderdeel uit van de nieuwe programmering. In en rond het paleis komen een hotel, horecavoorzieningen en overige publieks- en verblijfsfuncties.
Het publiek blijft er welkom.

Kasteel Drakensteyn



Foto: RVD/Jeroen van der Meyde

In 1360 werd voor het eerst melding gemaakt over een 'hofstede' Drakensteyn. In 1634 werd Ernst van Reede eigenaar van Drakensteyn.
Zijn zoon Gerard bouwde in 1640 een nieuw, volledig symmetrisch achthoekig huis, het huidige kasteel, op de plek van de oude hofstede.

Geschiedenis


In de 17e en 18e eeuw wisselde het kasteel enkele malen van eigenaar. In 1807 werd mr. Paulus Wilhelmus Bosch, burgemeester van Utrecht,
eigenaar van Kasteel Drakensteyn. Het huis bleef daarna 150 jaar in die familie tot Frederik Lodewijk Bosch van Drakestein het kasteel in 1959
verkocht aan Prinses Beatrix. Na een grondige verbouwing woonde zij daar vanaf 1963 tot 1981. In 1981 verhuisde zij met Prins Claus en haar
drie zoons naar Den Haag. Kasteel Drakensteyn bleef in gebruik als buiten- en gastenverblijf.

Huidige doeleinden


Prinses Beatrix heeft op 4 februari 2014 officieel haar intrek genomen in Kasteel Drakensteyn te Lage Vuursche in de gemeente Baarn.
Het kasteel is privébezit van de Prinses.

Bron: RVD / https://www.koninklijkhuis.nl/


Copyright © 2006-2019 https://koningsfan.nl/


Homepage